Gezondheid in Beeld

Verhalen over vaccineren van Jeugdgezondheidszorg

Outreachend (motiveren tot) vaccineren

Wat te doen als ouders en jongeren niet reageren op de uitnodiging voor de meningokokkenACWY en niet telefonisch te bereiken zijn? Zohra Akhachaa en Karin Jongkind-Meijer weten raad.

“Wij gingen afgelopen week twee middagen op huisbezoek (huisbezoek op indicatie). We hebben maar liefst eenentwintig adressen bezocht. Voor elf kinderen lukte het om gelijk een afspraak te maken. Twee gezinnen stelden geen prijs op de vaccinatie. Zes kinderen bleken niet meer op het adres bekend bij het RIVM te wonen.

Tijdens één huisbezoek troffen we een ander kind dat ons de juiste contactgegevens gaf van het kind naar wie we op zoek waren. Ook spraken we een moeder die nog wilde overleggen met haar partner en ons haar huidige contactgegevens gaf. We besloten een jongere thuis te vaccineren, omdat ouders vanwege hun gezondheid niet naar de locatie konden komen. Ouders waren heel blij met deze service. En ook wij kijken met tevredenheid terug op deze middagen.”

Hoe gaat vaccineren bij zuigelingen en peuters in zijn werk?

Het zal menigeen wellicht verbazen, maar er komt meer bij vaccineren kijken dan de injectie zelf. Het begint met het stellen van de indicatie voor de vaccinatie: mag het kind de vaccinaties überhaupt krijgen en zo ja, welke dan? De jeugdarts bepaalt dit. Hij/zij overlegt in sommige situaties met de behandelend kinderarts. Dit betreft kinderen die ernstig ziek zijn, waarvoor zij medicatie slikken die het immuunsysteem onderdrukt. Denk aan transplantaties van de lever bij galgangatresie, maar ook aan ernstige astma. Dan volgt de vraag welk vaccinatieschema het kind zou moeten volgen. Als moeder de maternale kinkhoestvaccinatie heeft gehad, volgt namelijk een ander schema dan wanneer zij die niet heeft gehad. Dit is ook het geval wanneer moeder draagster is van het Hepatitis B virus. Prematuur geboren kinderen hebben juist op tijd vaccinaties nodig en kinderen met speciale aandoeningen volgen een speciaal schema[1]. Nieuwkomers in Nederland hebben vaak vaccinaties gehad in het land van herkomst. De jeugdarts stelt dan, vaak in overleg met het RIVM, een speciaal op dit kind geënt vaccinatieschema op.

Motiveren voor vaccinaties is een kunst op zich. Dit gebeurt door zowel de jeugdarts als de jeugdverpleegkundige en is een continu proces. Zijn ouders bang voor bijwerkingen, voor zogenaamde “vaccinatieschade”, twijfelen ze aan de werking? Willen zij sommige vaccinaties wel, andere niet? Soms gaat de jeugdverpleegkundige op huisbezoek om het onderwerp in alle rust met ouders te bespreken.

Bij elke vaccinatie legt de jeugdgezondheidszorg professional uit om welk vaccin het gaat, tegen welke ziekten het beschermt, welke bijwerkingen kunnen volgen en wat ouders dan kunnen doen, indien die optreden. Dit is wettelijk verplichte voorlichting.

Dan volgt de toediening van het vaccin. Bij zuigelingen gebeurt dit bij de ouder/verzorger op schoot of op de onderzoekstafel. Bij peuters bij de ouder/verzorger op schoot. Dit vereist een duidelijke instructie van de ouder door de jeugdgezondheidszorg professional. Daarnaast leidt de professional kind en ouder vaak af met liedjes, verhaaltjes en/of knuffels.

Direct daarna registreert de professional de vaccinatie in het jeugdgezondheidszorgdossier met lotnummer van het vaccin en op datum. Via dit dossier komt deze informatie binnen 24 uur bij het RIVM terecht.

Na elke vaccinatie vragen de jeugdgezondheidszorg professionals naar de bijwerkingen. Wat gebeurde er precies na de vaccinatie? Wat hebben ouders toen gedaan? Soms moeten bijwerkingen gemeld worden bij Lareb en volgt een onderzoek. Indien bijwerkingen ernstig zijn, overlegt de verantwoordelijke jeugdarts met het RIVM wat de te volgen stappen zijn bij een volgende vaccinatie met hetzelfde vaccin, indien dit van toepassing is.

[1] https://rijksvaccinatieprogramma.nl/addendum-prematuren-en-kinderen-met-specifieke-aandoeningen